Museum Bredius

Home / Collectie / Schilderijen / Steen, Jan
A+ R A-

Steen, Jan

Jan Steen Jan Steen jan-steen-goudstikker

Jan Steen (1625/6-1679)
De huwelijksnacht van Tobias en Sara
Doek, 81 x 123 cm
Inv.nr. 112-1946


Het schilderij De huwelijksnacht van Tobias en Sarah door Jan Steen (1625/26-1669) bestaat in de huidige vorm sinds 1996. Toen werden bij een restauratie twee schilderijen samengevoegd: Het gebed van Tobias en Sarah, gehouden door het rijk en De aartsengel Rafael, dat gemeentelijk eigendom was door het legaat-Bredius. Ooit waren de delen van elkaar gescheiden geraakt. Nadat onderzoek had uitgewezen dat de werken bij elkaar hoorden, besloten rijk en gemeente tot de hereniging. Het samengevoegde schilderij bleef tentoongesteld in Museum Bredius, waar de rechterhelft altijd had gehangen. In 2006 echter werd het linkerdeel, Het gebed van Tobias en Sarah, door het rijk toegewezen aan de erven Goudstikker als onderdeel van een restitutie van 200 werken. Mevrouw Von Saher en de gemeente wensten de eigendom van het schilderij niet blijvend te delen, maar wilden de vereniging van het werk ook niet ongedaan maken. Met een bereikte overeenkomst is het schilderij behouden voor het openbaar kunstbezit en blijft het werk te bezichtigen in Museum Bredius. De Mondriaan Stichting en de Vereniging Rembrandt ondersteunden de aankoop.

De Restauratie
Abraham Bredius heeft het schilderij De huwelijksnacht van Tobias en Sarah van Jan Steen nooit zo gezien zoals het nu in het museum hangt.  In 1996 hebben de restaurators van het Gemeentemuseum in Den Haag, Wietse van Noort en Jan Venema, de schilderijen schoongemaakt, gerestaureerd en weer aan elkaar gezet.
Al in de jaren zestig vond een reconstructie plaats. Op het linkerdeel waren bij een restauratie twee vleugeltoppen en een dolkschede tevoorschijn gekomen, waardoor duidelijk werd dat deze twee schilderijen ooit één geheel vormden. Nu werd ook duidelijk dat de in het groen geklede figuur de engel Rafael is, die met behulp van een reukoffer de boze geest onschadelijk maakt. In 1993 kwam de Haagse kunsthistoricus Albert Blankert met het voorstel om beide schilderijen weer tot één geheel terug te restaureren, een operatie dat in het restauratieatelier van het Haags Gemeentemuseum kon worden gestart. De beide schilderijen waren vergeeld, maar de één erger dan de ander. De oude vernis moest eerst verwijderd worden om de kleuren links en rechts weer in overeenstemming te brengen. Vooral op het rechterdeel bleken veel bruin-groene overschilderingen aangebracht, onder andere over de zijkant van de tafel, misschien bedoeld als correcties op de wat vrije en levendige schilderswijze van Jan Steen.Vooral in de grijze rook bleek de verflaag heel sleets te zijn. Op de macro-foto is te zien hoe onder de dikke bruine vernislaag dat versleten patroon al zichtbaar is.
Jan Steen was een schilder die eerst de achtergrond een globale kleur gaf, en pas dan de details op de voorgrond schilderde. Als hij vormen corrigeerde, zoals hier de hoek van het tafelblad, die van recht naar schuin is veranderd, werd dat op den duur zichtbaar.
Dit is een macro-foto van die tafelbladrand waarop nog duidelijker te zien is hoe iemand die Steens manier van schilderen te slordig vond, er een egale bruine laag overheen schilderde. Aan het korrelpatroon is goed te zien dat het verfpoeder of pigment vroeger veel grover was dan nu. Vóórdat een schilderij schoongemaakt wordt, is het altijd heel moeilijk te voorspellen hoe de toestand van de verflaag onder de oude vernis is. Op dit linkerbovendeel van het Tobias en Sarah-deel lijkt de voorstelling redelijk gaaf bewaard gebleven, afgezien van het craquelé-patroon, maar dat is een normaal verschijnsel bij oude schilderijen. Pas na het schoonmaken blijkt de linkerzijkant erg beschadigd te zijn, er zijn lacunes en schroeiplekken zichtbaar geworden die mogelijk het gevolg zijn van een brand. De licht- en donkergele plekken zijn oude gaten die door restaurateurs op verschillende momenten in het verleden al eens dichtgeplamuurd en bijgeschilderd zijn.Ook oude beschadigingen in de rode stoel werden weer zichtbaar. Duidelijk is te zien hoe het schilderij dwars door de voorstelling is afgesneden. Een halve stoel is op 17de-eeuwse schilderijen heel ongebruikelijk en Steen, die deze stoel erg vaak afgebeeld heeft op zijn binnenhuis-voorstellingen, zet hem er altijd compleet op. Na het verwijderen van de oude vernis moesten de twee afzonderlijke doeken weer tot één object samengevoegd worden. Dat gebeurde door middel van een zogenaamde bedoeking, er wordt dan een nieuw stuk linnen achter het oude bevestigd. De twee schilderijen waren ieder apart al eens eerder bedoekt en moesten dus eerst losgemaakt worden om samen op dit nieuwe doek te kunnen. Hier ziet u de beide delen, met de inzet-stukken voor de ontbrekende hoek en middenstrook, op de bedoektafel, onder een kunststof-folie, waarna een lichte onderdruk gezogen kan worden. Door de glanzende plastic-folie is heel goed het reliëf aan het oppervlak van de schilderijen te zien. Als het oude en nieuwe doek door de onderdruk op elkaar gedrukt zijn, kan de bedoektafel daarna verwarmd worden waardoor de kleefpasta, een mengsel van was en hars, smelt en na afkoeling voor een blijvende hechting zorgt. De twee delen zijn nu op het nieuwe doek bevestigd, en daarmee weer één geheel geworden. Nu moeten eerst alle oneffenheden tussen het oude en het nieuwe oppervlak uitgeschakeld worden. Het schilderij wordt daarvoor sterk van opzij belicht, in zogenaamd strijklicht. Om als schilderij te kunnen functioneren, moet het doek op een spieraam gespannen worden, in dit geval natuurlijk ook nieuw, omdat de maat van het doek helemaal gewijzigd is. Om de hele voorstelling ook werkelijk op de voorzijde van het raam te krijgen, goed zichtbaar en niet afgedekt door de sponning van de lijst, moest heel nauwkeurig de maat van het spieraam bepaald worden.Ook het omvouwen van de randen moest met de grootste precisie gebeuren, zodat de voorstelling niet scheef op het doek en dus in de lijst te zien zou zijn. Op de millimeter nauwkeurig worden de onbeschilderde randen langs alle kanten gelijk verdeeld.Als het stugge doek eenmaal goed om het nieuwe spieraam gevouwen is, wordt het met scherpe tapijtnagels daarop vastgezet. Om te verhinderen dat er tijdens het opspannen nog iets scheef gaat, worden de randen aan alle kanten nauwgezet in de gaten gehouden.Het bedoeken en opspannen is achter de rug. Het schilderij kan nu gevernist worden waarna het retoucheren moet beginnen. Een foto in dit stadium is heel belangrijk, om later op elk moment te kunnen vaststellen wat van Jan Steen is en welke details en grotere delen later toegevoegd zijn. De benen van Tobias tijdens het retoucheren. Puntje voor puntje wordt de sleetse oude verflaag met aangepaste, nieuwe verf bij gestipt. Goed te zien is hoe in het onbehandelde been de structuur, het reliëf en de leesbaarheid niet tot hun recht komen, terwijl rechts alles weer lijkt te zijn zoals het bedoeld is.Het kussen links van de pilaar is geretoucheerd, rechts nog niet. Het reliëf en de stofuitdrukking komen geleidelijk weer terug. Het retoucheren kost zeeën van tijd, het is ook de minst spectaculaire episode van een restauratie, maar uiteindelijk blijkt nu pas hoeveel er gewonnen is.Nog een voorbeeld: rechts van de naad is de vleugel geretoucheerd, links nog niet. De beschadigingen links zijn veroorzaakt doordat de vleugeltip heel lang weggeschilderd is geweest en pas in de jaren vijftig weer werd blootgelegd.In een aantal maanden groeit de ruïne weer tot een leesbaar en genietbaar schilderij. Begonnen wordt met de retouches die het minst problematisch zijn, waarna herstelde partijen weer de weg kunnen wijzen bij de aanpak van moeilijker gedeelten.Vóór het invullen van de grote ontbrekende delen is er veel overleg geweest met de betrokkenen, geïnteresseerden en deskundigen. Op stroken papier werden de eerste vorm- en kleur-voorstellen vastgelegd, en hier worden de mogelijkheden besproken met prof. Van de Wetering, restauratie-deskundige en Ariëlle Veerman, restauratrice van de Rijksdienst. De ontbrekende vleugeltip moest ook gecompleteerd worden. Zonder Jan Steen te willen nabootsen moest er toch een overtuigende aanvulling gemaakt worden. De uitgespreide vleugel van een grote opgezette meeuw uit het Museon was hier een bruikbaar voorbeeld. Het is goed te beseffen dat we ondanks alle inspanningen toch met een overgebleven middengedeelte te maken hebben, het schilderij is, vooral links en boven, waarschijnlijk veel groter geweest, mogelijk enige decimeters. Het knielende echtpaar zou dan wel eens het centrum van de compositie geweest kunnen zijn. De gerestaureerde delen zijn alles wat overgebleven is van een grote, monumentale compositie, waarbij ieder in zijn fantasie mag proberen zich daar een beeld van te vormen.

Laatst gewijzigd op: woensdag, 05 oktober 2011 07:45