ABRAHAM BREDIUS

vvv

   

Bredius staat in het midden

Abraham Bredius; tekening door H.J. Haverman 1899 (detail)

Abraham Bredius is voornamelijk bekend geworden als Rembrandtkenner, verzamelaar, directeur van het Mauritshuis en archiefvorser. Niet alleen deze bezigheden hebben bijgedragen aan zijn naamsbekendheid, ook zijn enthousiasme en eigenzinnig karakter hebben de nodige stof tot publiciteit gegeven. Bredius leefde van 1855 tot 1946 en is geboren te Amsterdam. Hij was afkomstig uit een vooraanstaande familie. Zijn vader was directeur van de gezamenlijke buskruitmakers van Noord-Holland, Utrecht en Zeeland. Bredius heeft er nooit voor gevoeld in zaken te gaan, zijn belangstelling lag meer op het artistieke vlak. Hij heeft eerst een poging gedaan om pianist te worden, maar omdat hij na verloop van tijd de top niet kon bereiken, heeft hij zich op de beeldende kunsten gestort. Hij maakte op aanraden van zijn vader een kunstreis door Europa en bezocht de grote musea. Hierdoor kwam hij in contact met Wilhelm von Bode, de toekomstig directeur van de Berlijnse musea. Op zijn aanraden wierp Bredius zich op het vrijwel onontgonnen gebied van de 17de-eeuwse Nederlandse schilderkunst. Omdat er in Nederland tot 1907 geen opleiding in deze richting bestond, heeft Bredius zijn kennis verkregen door het bestuderen van een aantal handboeken en door het rondreizen langs collecties. Deze studie duurde nog geen twee jaar en vond plaats rond 1878. Al in 1879 schreef Bredius zijn eerste artikel over 'De aartsengel Michael op den Monte Gargano' in het tijdschrift 'De Nederlandse Spectator'; datzelfde jaar schreef hij nog vier andere artikelen.

In 1880 begon de museumcarriere van Bredius. Hij was acht jaar lang onderdirecteur van het Nederlands Museum voor Geschiedenis en Kunst, gevestigd in Den Haag. In 1885 ging dit museum op in het Rijksmuseum. In 1889 werd Bredius benoemd tot directeur van het Mauritshuis en tot 1909 vervulde hij deze functie. Bredius heeft in deze twintig jaar veel gedaan voor het museum; hij zorgde samen met Hofstede de Groot voor een nieuwe catalogus, het museum werd opgeknapt en opnieuw, beter ingericht. Door deze maatregelen en de spectaculaire aanwinsten steeg het aantal bezoekers enorm. Bredius zorgde ervoor dat het museum in internationaal opzicht meer waardering kreeg. Tijdens zijn directeurschap is de collectie verrijkt met in totaal 125 schilderijen. Ter vergelijking; het aantal aanwinsten in de periode 1831-1889 is in totaal negen werken geweest.


Bredius was een eigenzinnig man die nogal eens in conflict raakte met zijn directe collega's of andere medewerkers. Aan het einde van de 19de eeuw is er een voorzichtig begin gemaakt met het opzetten van een cultuurbeleid. Het was moeilijk om een budget toegewezen te krijgen om dit beleid te verwezelijken. Een aantal mannen wijdde zich met hart en ziel aan het behartigen van deze zaak. Ze waren soms zozeer gewend om onwetenden om zich heen te hebben dat samenwerken niet hun sterkste kant was. Een man die volledig in dit beeld past was Victor de Stuers. Bredius heeft diverse malen zeer heftige botsingen met de Stuers gehad. Hun ruzies werden af en toe uitgebreid in de krant uitgevochten, tot groot vermaak van de lezers.

De jaren na zijn directeurschap heeft hij besteed aan het doorploegen van archieven en het maken van reizen. Zijn vondsten publiceerde hij in het leidinggevende tijdschrift Oud-Holland, waarvan hij tevens redacteur was, of andere bekende kunsthistorische periodieken als The Burlington Magazine en de Kunstchronik.

In de jaren na zijn pensionering heeft Bredius ook vele adviserende functies gehad. Zo was hij tot zijn vertrek naar Monaco adviseur van het Mauritshuis. Oorspronkelijk was dit bedoeld als een erebaan maar Bredius heeft deze taak zeer serieus opgevat. Dit bracht directeur Martin af en toe tot grote wanhoop als Bredius weer eens niet op tijd was ingelicht over een bepaalde gang van zaken. Bredius is vanaf 1888 lid geweest van het dagelijks bestuur van de Vereniging Rembrandt (met als doel het behoud van het nationale kunstbezit).

In 1922 vertrok Bredius voorgoed naar Monaco. Hij vond het niet juist om zijn collectie Nederlandse schilderijen mee te nemen. Het klimaat achtte hij ook niet geschikt voor deze schilderijen. Zijn woonhuis aan de Prinsegracht verkocht hij aan de gemeente Den Haag, zijn eigen collectie gaf hij hun in bruikleen. Na zijn vestiging in Monaco kwam Bredius drie maanden per jaar naar Nederland om archiefvorsingen te doen. In 1927 verscheen van zijn hand een boek over Jan Steen. In 1935 verscheen zijn boek over Rembrandt. Het oeuvre dat in dit boek wordt toegeschreven aan Rembrandt, is het uitgangspunt geweest van het Rembrandt Research Project. De nummering is nog steeds van toepassing op het aanduiden van de Rembrandts.

Tot op hoge leeftijd is Bredius nog geconsulteerd over het toeschrijven van schilderijen. Bij zijn dood in 1946 bleek dat hij uiteindelijk zijn bruiklenen heeft nagelaten aan het Mauritshuis en zijn privécollectie aan de gemeente Den Haag.

Toon een lijst met giften.

Bredius rijdend in Den Haag

zie Artikel: "Bredius, Rembrandt en het Mauritshuis" uit het gelijknamige boek.

Artikel: "Abraham Bredius, A Biography", een lang artikel door Louise Barnouw-de Ranitz. Alleen Engels.

Artikel: "Eerherstel voor Bredius?" (Lang artikel over Bredius en Van Meegerens Emmausgangers door Jim van der Meer Mohr, Nederlands + Engelse samenvatting)

Een complete lijst publicaties van A. Bredius: boeken, tijdschriften, kranteartikelen etc. 1879-1948

Het levensbericht van A. Bredius, geschreven door W. Martin (url, alleen Nederlands)

 

switch to English language

HOOFD MENU

TERUG